
AFOCKBEO
Mama, wat is eigenlijk ‘afkokabeo’?’. Al worstelend met de letters krijgt ze de slappe lach. Ze ligt écht in een deuk.


Doodvermoeiend
‘Mama, dit kost zo veel energie. Je begrijpt niet hoe moe ik word van een blad lezen.

Aandoening
‘Die hou ik eventjes bij, hier moet ik nog iets mee. Aandoening, tsss, ik zou zoiets niet pikken.’

JIJ ꓭENT SUPEꓤ!
Maar of het nu SUPEꓤ! of ƧUPER! of SUPEꓤ! is … zo’n zelfgemaakt kerstpakketje is gewoon SUPER!

Klaar is Kees!
Ik stel voor om het met de dyslexiesoftware (voorleesfunctie en woordvoorspeller) te doen of via de dicteerfunctie op de Ipad.

Je bent gebuut!
‘Gebuut?’, zeg ik, ‘dat ken ik niet?’. Ze kijkt nog eens goed. ‘Geduut, gebeut, gebuit, geboe, gedeu … laat maar.’

Galgje
Zij is aan de beurt om een woord te bedenken. Haar broer vraagt: ‘Heb je alle letters?’, waarop zij antwoordt: ‘Jullie moeten maar een beetje ‘op z’n dyslexies’ denken!’

Aartsvijanden
Haar vriendinnetje blijft logeren. Ze leiden allebei een ongetemd leven. En ook al zijn ze twee handen op één buik, de liefde die de één voor letters heeft …

Op kamp 2
Ze vindt het heerlijk om brieven te krijgen op kamp. Maar ze leest ze niet. Ze bekijkt de kaarten en zoekt de afzender. Ze stopt ze in haar slaapzak bij haar knuffels. Ik ontdekte het een keer bij het sorteren van de (heel) vuile kamp-was.

Op kamp 1
De eerste keren dat ze op kamp ging, stond ik elke dag bij onze brievenbus. Tevergeefs. Ze had me al gewaarschuwd: ‘Bij onze scouts schrijven ze geen brieven naar huis’. Ik probeerde het met van die standaard-invul- en aankruis-kampbriefjes die je wel eens

Ik snap het niet
‘Mama, hoe kan jij zo veel schrijven? En hoe kan jij dat zo leuk vinden? Mijn vriendinnetje heeft dat ook in haar dagboek én in een verhalenboek … dat is tot aan de randen vol geschreven. En het is nu niet dat die zo groot schrijft. Ik snap het niet.’ ‘En ik snap niet dat jij zo veel, zo mooi en overal kan tekenen!’ ‘Dat is ook weer waar!’, zegt ze.

E4 ≠ E4
Begin vijfde leerjaar. De laatste weken krijgen we veel reacties van de grootouders dat het lezen beter gaat. En eigenlijk hebben we allemaal dat gevoel. Ze komt thuis van school en roept al: “Mama, ik heb leesniveau E4! Mijn vriendinnen zeiden al: ‘Wat goed, Amelie, dat je nu niveau einde vierde leerjaar hebt!’” Ik overleg even met mezelf en besluit dat eerlijkheid boven alles gaat. Dus leg ik uit dat E4 eigenlijk niveau einde 2e leerjaar is. “Oh, zegt ze, “dat ga ik niet nu even niet tegen mijn vriendinnen zeggen”. Als ik besef dat we nog niet eens in de buurt zitten van het niveau van functionele geletterdheid, steekt de paniek toch weer even de kop op. Ik weet ook wel dat ze met al haar hulpmiddelen wél functioneel geletterd is. Maar zal ze die in haar verdere schoolloopbaan ook altijd mogen gebruiken? Ik hoop het maar.

De ruimte
We zitten aan de keukentafel en denken na over de ruimte. We vragen ons af wat er daarna is. Ik zeg dat mijn verstand daarvoor te klein is, dat ik op grenzen bots. ‘Oh’, zegt ze verwonderd, ‘Ik kan dan altijd overgaan op mijn fantasie’.

Opgemept
‘Wat ben jij aan het doen?’, vraag ik als ik van alles met kamerplanten in de keuken zie gebeuren. ‘Oma heeft ook eens een plant opgemept!’ Uit de uitleg die daar op volgt, begrijp ik dat ze ‘opgeknapt’ bedoelt.
Ik besef dat woordvindingsproblemen toch een dingetje zijn bij personen met dyslexie.

‘Shared decision making’ aan de keukentafel
Begin van de kerstvakantie. We sommen op waaraan we eigenlijk nog een keertje zouden moeten / willen werken: plannen, ‘echt’ leren typen, kloklezen, Frans, lezen, spelling. ‘Zullen we twee dingen kiezen om aan te werken in de kerstvakantie?’, vraag ik. ‘Kies jij maar, ik vind alles belangrijk’, zegt ze.

Pippi
‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’. Ook al zou deze quote nooit uit de mond van Pippi Langkous, noch uit de pen van Astrid Lindgren gerold zijn, gebruik ik hem wel eens. Dat doe ik sinds we hem in een project omtrent dyslexiehulpmiddelen inzetten om zorg- en onderwijsprofessionals over barrières heen te brengen en zo met leerlingen met dyslexie aan de slag te gaan met hulpmiddelen.

Nesquick
We zitten aan de ontbijttafel. Al prutsend met de doos Nesquick (een tijdje geleden al eens gelezen als ‘Nespeuk’) en cornflakes zegt ze ‘Ik snap niet dat ze écht overal zo veel tekst opzetten!’

Leesbatterij
We kijken Harry Potter. Zij stelt een vraag. Het dringt tot me door dat ze die alleen kon stellen als ze de ondertitels leest.

Hoe laat is het?
Vakantie en we zitten in de auto. Ik vraag ‘Hoe laat is het?’. De klok toont 17:58. Ik hoor haar luidop denken…