Panvis

Vol enthousiasme vertelt ze hoe ‘panvissen’ samenleven en met hun kinderen omgaan. ‘Panvissen?’ vraag ik. ‘Dat ken ik niet.’ Ze is een beetje geïrriteerd omdat ik haar verhaal onderbreek. ‘Euh, ja, hoe heet dat dan, zo van die hele grote vissen?’ Ik raad: ‘een dolfijn, een walvis, een snoek’?

‘Neen, dat is het niet!’, zegt ze. Mijn hersenen draaien op volle toeren. Maar we komen er maar niet uit.

Ik probeer mijn brein de andere kant op te sturen: ‘… een panvis … pan … pannen… potten en pannen …potvis?’. ‘Ja, een potvis!’, zucht ze opgelucht!

 
Vorige
Vorige

AFOCKBEO

Volgende
Volgende

Doodvermoeiend