AFOCKBEO

Het is een drukke week. Dus we beslissen dat ze de toets van Nederlands wel zelfstandig kan oefenen. Ik ben altijd al wat weigerachtig geweest om met leerlingen met dyslexie in het digitale materiaal dat bij de schoolmethode hoort te oefenen. Maar steeds vaker hoor ik professionals zeggen: ‘Er zit al zo veel in de methode’. Dus ik ga overstag.

We herhalen eerst de regels over wanneer je wel/geen hoofdletter schrijft. Zij logt in op het digitale platform van het schoolboek. Ik hoor haar de opdracht lezen: ‘Noteer het dooreengeraspte, dooreengeraapte, dooreengeraspelde, …’. Ik ga even kijken en lees voor ‘Noteer het dooreengehaspelde woord correct mét of zonder hoofdletter’. ‘Ah, OK!’, zegt ze en ik ga weer verder met mijn eigen werk.

Na 5 minuten hoor ik: ‘Afkakoboe? Afkokabeo? Mama, wat is eigenlijk ‘afkokabeo’?’. Al worstelend met de letters krijgt ze de slappe lach. Ze ligt écht in een deuk. Ik zeg: ‘Wat ben jij eigenlijk aan het doen? Je moest toch gewoon de hoofdletters oefenen?’ ‘Dat dacht ik ook’ zegt ze. Ik ga kijken en op het scherm zie ik de eerste opgave: ‘Wil je vanavond rond zes uur even op …[AFOCKBEO]* gaan: dan staat die foto er zeker op’. Ik zeg: ‘Oei, dat zijn oefeningen die niet echt …’. ‘…Dyslexievriendelijk zijn’, vult ze aan.

We oefenen dan toch maar oldschool. Ik dicteer een aantal woorden en zij schrijft ze mét of zonder hoofdletter.

*goede antwoord: Facebook

 
Volgende
Volgende

Panvis