JIJ ꓭENT SUPEꓤ!
Het is bijna kerstfeestje in de klas. Iedereen heeft een geheim vriendje waarvoor ze een kerstcadeautje knutselen. Zij maakt van klei een poesje en fröbelt ook nog een bedje voor het diertje. Dat komt in een papieren zakje met een kerstkaart die ze zelf getekend heeft. Als laatste maakt ze ook nog een armbandje met de tekst ‘Jij bent super!’. Terwijl ze daarmee bezig is, rommel ik wat in mijn dozen kerstversiering. ‘Mama, in welke richting moet de R?’.
We leggen de letterparels klaar voor haar op de tafel. Maar in de route van de tafel naar de draad draaien die letters natuurlijk alle richtingen uit. ‘Oh, neen, mama, kijk eens, staat die R nu toch omgekeerd?’
‘Ja, ik denk het wel en de B eigenlijk ook’, beken ik. ‘Ik kan er echt niet meer aan uit’, zucht ze. ‘Kan jij die lettertjes even doen?’. Dat doe ik.
Maar of het nu SUPEꓤ! of ƧUPER! of SUPEꓤ! is … zo’n zelfgemaakt kerstpakketje is gewoon SUPER!