
Aprilvis
Zij zegt: ‘Kun je nu niet eens voor één keertje liegen en die kaart gewoon invullen?’. Ik zeg ‘neen’. Zij probeert ‘of we vullen in dat ik de teksten gelezen heb van het improvisatietheater of dat ik het boek ‘dyslexie in de prehistorie’ gelezen heb’.

Maskertjes
Ik zeg: ‘Zou je de handleiding niet eerst even lezen?’. Zij zucht: ‘Moet ik nu lezen?’. ‘Kom’, zeggen de twee andere meisjes, ‘dat zullen wij wel doen’.

De prehistorie
‘Mama, geen schrift in de prehistorie! … Dus ook geen dyslexie!’. Zouden mensen met dyslexie dan de muurschilderingen in spiegelbeeld tekenen of de horens omgekeerd afbeelden? Wie zal het zeggen?

Wat is ze stoer
‘Waarom moet jouw mama dat blad voorlezen?’. In de seconde die daar op volgt, stokt mijn adem in mijn keel, dreigt mijn hart uit elkaar te spatten en draait mijn brein op volle toeren. ‘Hoe kan ik haar hieruit redden?’

Het hoiƧ
De UI is nu ineens de [wie] in huit. Dan zijn er ook nog eens de nieuwe tekens, zoals de OI [wa] in moi. We herhalen en herhalen… ik heb er vertrouwen in.

Grote toets
Hebben we alle vakjes afgevinkt? Zeker niet! Liep het van een leien dakje? Ook niet, ruzies en tranen horen er bij. Deden we ons best? Helemaal! … meer kunnen we niet doen, toch?

Zij weet het. Ik weet het.
Er zijn weer meer fouten dan een tijdje geleden, merk ik. Lieve wordt viele(n), … wordt…. Zij wordt beweeglijker. Ik ongeduldiger. En dan schieten de benen naar de salontafel waar een glas met cola omvalt op de mat…