Op kamp 1
De eerste keren dat ze op kamp ging, stond ik elke dag bij onze brievenbus. Tevergeefs. Ze had me al gewaarschuwd: ‘Bij onze scouts schrijven ze geen brieven naar huis’. Ik probeerde het met van die standaard-invul- en aankruis-kampbriefjes die je wel eens in logopedische kringen ziet circuleren. Maar er is voor een creatieve geest natuurlijk geen lol aan om een voorgekauwd blaadje in te vullen.
Nu we een paar jaar verder zijn, komt er soms wel eens een briefje onze richting uit. Ik vertel haar dat ik zo blij was met de post. ‘Ik schrijf niet graag brieven omdat die vol fouten staan. Voor jou vind ik dat niet erg, maar andere mensen krijgen niet graag brieven die vol fouten staan.’ Ik zeg: ‘Ik denk dat andere mensen het gewoon leuk vinden als jij een briefje schrijft, dat jij aan hen denkt. Ze letten niet op de fouten.’ ‘Oh, écht?’, zegt ze, ‘Ik dacht dat ze dat zo maar zeiden tegen mij omdat ik dyslexie heb.’