Aartsvijanden
Haar vriendinnetje blijft logeren. Ze leiden allebei een ongetemd leven. En ook al zijn ze twee handen op één buik, de liefde die de één voor letters heeft en de ander voor cijfers delen ze niet met elkaar.
Ze komen thuis van het theater-atelier en zijn allebei nog wat wild in hun hoofd. Ze zitten ook nog in hun rol van het theater. Het uitpakken van de valies lijkt wel op een scène in een comedyshow.
‘Hé, ik heb leuke boekjes meegebracht, die kunnen we straks samen lezen!’, zegt het vriendinnetje. ‘Euh, boeken interesseren me geen r***!’. ‘Het zijn maar korte verhaaltjes van drie bladzijden’, probeert het vriendinnetje. ‘Boeken zijn mijn aartsvijanden, dat weet je toch!’